ECLI:NL:RBUTR:2012:BX6606
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel uit hennephandel en witwassen
De rechtbank Utrecht heeft op 26 juli 2012 uitspraak gedaan in een ontnemingszaak tegen verdachte, die eerder veroordeeld was voor medeplegen van hennephandel en witwassen. De officier van justitie vorderde ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel, begroot op ruim € 467.000. De verdediging voerde verweer tegen de hoogte van het bedrag en stelde onder meer dat het beginsaldo te laag was en dat bepaalde vermogensbestanddelen niet aan verdachte toerekenbaar waren.
Tijdens de procedure werden diverse bewijsstukken en verklaringen besproken, waaronder bankafschriften, contante geldvondsten, eigendom van voertuigen en verklaringen van betrokkenen. De rechtbank oordeelde dat verdachte en zijn levenspartner gezamenlijk een huishouding voerden en dat de vermogensbestanddelen aan beiden konden worden toegerekend. Het verweer dat bepaalde motoren en een deel van de BMW X3 niet aan verdachte toebehoorden, werd verworpen op basis van feitelijke omstandigheden zoals tenaamstelling, gebruik en sleutelbezit.
Ook het verweer omtrent de financiering van een wintersportvakantie en laptops werd niet geaccepteerd vanwege onvoldoende onderbouwing. De rechtbank stelde het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op € 467.186,06, met een voorbehoud tot aftrek van een bedrag van € 88.672,65 indien de verbeurdverklaring onherroepelijk wordt. De ontnemingsmaatregel wordt gelijkelijk toegerekend aan verdachte en zijn levenspartner.
De uitspraak is gebaseerd op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht en volgt op eerdere veroordelingen door de meervoudige strafkamer. De rechtbank concludeert dat de vordering van de officier van justitie voldoende onderbouwd is en wijst het meer of anders gevorderde af.
Uitkomst: Verdachte wordt veroordeeld tot betaling van € 233.593,03 aan wederrechtelijk verkregen voordeel.