ECLI:NL:RBUTR:2012:BX6614
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel na bewezenverklaring hennephandel en witwassen
De rechtbank Utrecht heeft op 26 juli 2012 uitspraak gedaan in een ontnemingszaak tegen een veroordeelde die eerder is veroordeeld voor medeplegen van hennephandel en witwassen. De officier van justitie vorderde ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel, aanvankelijk gesteld op € 486.286,06, maar na correctie vastgesteld op € 468.286,06.
De verdediging voerde verweer tegen de hoogte van het bedrag, onder meer door te stellen dat het beginsaldo te laag was en dat diverse posten, zoals investeringen in een auto en motoren, niet aan de veroordeelde konden worden toegerekend. Ook werd aangevoerd dat ouders bijdroegen aan een wintersportvakantie en dat laptops waren geschonken, wat niet uit wederrechtelijk verkregen middelen zou zijn betaald.
De rechtbank oordeelde dat de bewijsmiddelen en omstandigheden voldoende waren om het voordeel vast te stellen op € 467.186,06, waarbij een bedrag van € 1.100,00 in mindering werd gebracht voor de wintersportbijdrage van de ouders. Verweerde posten werden gemotiveerd verworpen. Daarnaast werd een bedrag van € 177.345,30 in mindering gebracht indien de verbeurdverklaring daarvan onherroepelijk wordt. De ontneming werd toegewezen voor de helft van het vastgestelde bedrag, zijnde € 233.593,03, omdat de veroordeelde en zijn levenspartner gezamenlijk het voordeel genoten.
Uitkomst: Ontneming van € 233.593,03 aan wederrechtelijk verkregen voordeel opgelegd aan veroordeelde.