ECLI:NL:RBUTR:2012:BX8481
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens verjaring arbeidsongeschiktheidsuitkering na beëindiging door verzekeraar
Eiser sloot in 1974 een arbeidsongeschiktheidsverzekering af bij Reaal Verzekeringen. Na een arbeidsongeschiktheidsmelding in 2001 werd de uitkering geleidelijk afgebouwd en per 1 december 2002 beëindigd, omdat eiser minder dan 25% arbeidsongeschikt werd geacht. Eiser stelde dat hij nog steeds arbeidsongeschikt was vanwege een psychiatrische aandoening en dat de beëindiging onterecht was.
Reaal Verzekeringen voerde verjaring aan omdat eiser niet binnen de gestelde termijn bezwaar had gemaakt en de aanspraak op nakoming van de verzekeringsovereenkomst volgens het oude verzekeringsrecht na vijf jaar verjaard was, met een overgangstermijn tot 31 december 2006. Eiser betoogde dat het beroep op verjaring onaanvaardbaar was op grond van redelijkheid en billijkheid, omdat de verzekeraar volgens hem beschikte over alle medische informatie en een onjuiste beslissing had genomen.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende had onderbouwd dat Reaal Verzekeringen alle medische informatie had en dat de verzekeraar haar beslissing niet uitsluitend op de eigen informatie van eiser had gebaseerd. Het feit dat eiser na 2002 werkte en zich niet opnieuw ziek had gemeld, maakte het beroep op verjaring niet onaanvaardbaar. De rechtbank wees de vorderingen af en veroordeelde eiser in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen af wegens verjaring en veroordeelt eiser in de proceskosten.