ECLI:NL:RBUTR:2012:BY7780
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.P.C.M. Waarts
- P.W.G. de Beer
- E.C.A. Bakker
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs seksueel misbruik kleindochter
De rechtbank Utrecht behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van seksueel misbruik van zijn kleindochter in de periode van mei 2008 tot december 2010. De tenlastelegging omvatte onder meer het binnendringen van de vagina met vingers en andere ontuchtige handelingen. De officier van justitie baseerde zich op verklaringen van het slachtoffer, haar tante, en oma, alsmede op gedragsobservaties en een liedje van het slachtoffer dat mogelijk duidde op misbruik.
De verdediging betoogde dat de verklaringen onvoldoende betrouwbaar waren en dat de bewijslast niet werd gedragen door meerdere onafhankelijke bronnen, zoals vereist volgens artikel 342, tweede lid, Wetboek van Strafvordering. De rechtbank stelde vast dat alle verklaringen feitelijk uit één bron afkomstig waren, namelijk het slachtoffer zelf, en dat het liedje en het gedrag van het slachtoffer op meerdere manieren konden worden geïnterpreteerd.
Na zorgvuldige beoordeling concludeerde de rechtbank dat de aanwijzingen onvoldoende waren om wettig en overtuigend vast te stellen dat verdachte de tenlastegelegde feiten had gepleegd. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van zowel het primaire als het subsidiaire tenlastegelegde feit van seksueel misbruik.
De uitspraak benadrukt het belang van voldoende en onafhankelijk bewijs bij dergelijke ernstige beschuldigingen, waarbij verklaringen van één getuige zonder steunbewijs niet volstaan voor een veroordeling.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voor seksueel misbruik.