ECLI:NL:RBZLY:2004:AS3746
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid verzekeringstussenpersoon voor onderverzekering woonhuisverzekering
In deze zaak vordert eiser vergoeding van schade wegens onderverzekering van zijn woonhuisverzekering bij ABN AMRO Schadeverzekering en ABN AMRO Verzekeringen. De verzekering is gesloten op basis van een herbouwwaarde die door of namens ABN AMRO werd vastgesteld, maar later bleek deze waarde te laag te zijn, mede door onjuiste indexering en een gewijzigde berekeningsmethodiek.
Eiser stelt dat ABN AMRO als tussenpersoon een zorgplicht had om te controleren of de herbouwwaarde juist was en om te waarschuwen voor onderverzekering tijdens de looptijd van de verzekering. ABN AMRO betwist dit en stelt dat het de eigen verantwoordelijkheid van de verzekeringnemer is om te zorgen voor een juiste verzekerde som.
De rechtbank oordeelt dat de verzekeraar niet verplicht was om de juistheid van de opgegeven gegevens te verifiëren, maar dat de tussenpersoon wel een zorgplicht heeft om te controleren of de opgegeven herbouwwaarde juist is en om de verzekeringnemer te waarschuwen bij risico op onderverzekering. ABN AMRO Verzekeringen heeft deze zorgplicht geschonden door niet te controleren en niet te waarschuwen, waardoor onderverzekering ontstond. De vordering tegen ABN AMRO Verzekeringen wordt grotendeels toegewezen, terwijl de vordering tegen ABN AMRO Schadeverzekering grotendeels wordt afgewezen. De rechtbank veroordeelt ABN AMRO Verzekeringen tot betaling van een bedrag van EUR 69.697 en ABN AMRO Schadeverzekering tot betaling van EUR 1.136,44.
Uitkomst: ABN AMRO Verzekeringen is aansprakelijk voor onderverzekering en veroordeeld tot betaling van EUR 69.697, ABN AMRO Schadeverzekering tot EUR 1.136,44.