ECLI:NL:RBZLY:2006:AY3942
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.J.B. Cornelissen
- L.E.C. van Rijckevorsel-Besier
- E.W. Akkerman
- Rechtspraak.nl
Beoordeling redelijkheid en rechtmatigheid van kosten waardering onroerende zaken gemeente Zwartewaterland
De gemeente Zwartewaterland heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Waarderingskamer om een bedrag van €54.451,18 niet te accorderen als kosten voor de waardering van onroerende zaken over de jaren 1999 tot en met 2002. De rechtbank heeft het beroep behandeld waarbij de beoordeling zich richtte op de rechtmatigheid en redelijkheid van de opgevoerde kosten volgens de Vangnetregeling, neergelegd in artikel 4a van het Uitvoeringsbesluit.
De Waarderingskamer toetste de kosten aan criteria zoals kasstelseltoepassing, overeenstemming met contracten, rekenkundige juistheid, en redelijkheid van het gehanteerde uurtarief. De rechtbank oordeelde dat de kosten voor de interne organisatie (€339,63) terecht als redelijk waren erkend, maar dat de overige kosten, waaronder het hogere uurtarief, niet redelijk waren. De rechtbank bevestigde dat het maximale uurtarief van €54,45 passend was en dat verrekeningskosten niet tot de waarderingskosten behoren.
De rechtbank concludeerde dat het bestreden besluit van de Waarderingskamer rechtmatig was en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van de gemeente Zwartewaterland tegen het niet accorderen van een bedrag voor waarderingskosten is ongegrond verklaard.