ECLI:NL:RBZLY:2006:AY8854
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering curator tot verkoop en levering van woning mede-eigendom
De curator in het faillissement van [A] vordert dat de mede-eigenaren, vader en zoon, meewerken aan de verkoop en levering van een woning die gezamenlijk eigendom is. De curator baseert haar vordering op artikel 3:174 BW Pro en artikel 58 Faillissementswet Pro, stellende dat zij bevoegd is tot verkoop vanwege het faillissement van [A].
De woning is eigendom van [B] en [C], waarbij [B] gehuwd is met de failliet [A]. De curator stelt dat een koper bereid is een bod van EUR 417.500,-- te doen, en dat de verkoop noodzakelijk is vanwege achterstanden op hypotheeklasten. De mede-eigenaren betwisten de bevoegdheid van de curator tot verkoop zonder hun toestemming en voeren aan dat er geen gewichtige redenen zijn voor machtiging tot verkoop. Tevens betwisten zij het spoedeisend belang.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de curator slechts over het aandeel van de failliet kan beschikken en niet over het aandeel van de mede-eigenaar [C]. De bank kan medewerking aan doorhaling hypotheek weigeren zolang de gehele schuld niet is voldaan. Het bod is niet uitzonderlijk en het belang van de mede-eigenaren, mede gezien de handicap van hun zoon en de geschiktheid van de woning, weegt zwaarder dan het belang van de boedel. De vordering wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: De vordering van de curator tot medewerking aan verkoop en levering van de woning wordt afgewezen.