ECLI:NL:RBZLY:2006:AY8861
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Beëindiging opvang asielzoekster met minderjarig kind in AZC na afwijzing asielaanvraag
De asielzoekster, afkomstig uit China, diende in 1998 een asielaanvraag in die in 2001 definitief werd afgewezen. Vanwege haar zwangerschap werd haar opvang in het AZC tijdelijk verlengd tot zes weken na de bevalling. Na afloop van deze termijn beëindigde het COA de opvang en sommeerde zij de asielzoekster het AZC te verlaten.
De asielzoekster bleef echter in het AZC verblijven en beriep zich op schrijnende humanitaire omstandigheden en het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK), met name artikel 27 lid Pro 3, dat volgens haar een recht op opvang zou geven. De rechtbank oordeelde dat dit artikel geen directe werking heeft en dat het COA niet gehouden is de opvang onbepaalde tijd voort te zetten. Tevens stelde de rechtbank vast dat de asielzoekster onvoldoende pogingen had gedaan om reisdocumenten te verkrijgen en terug te keren naar China.
De rechtbank erkende het spoedeisend belang van het COA vanwege de beperkte opvangcapaciteit. Hoewel de situatie van de asielzoekster en haar minderjarige kind schrijnend is, weegt dit onvoldoende zwaar om een uitzondering te maken. De rechtbank gaf een ontruimingstermijn van vier weken om onderdak elders te zoeken en veroordeelde de asielzoekster tot ontruiming en betaling van proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de asielzoekster tot ontruiming van het AZC binnen vier weken en wijst de vordering van het COA toe.