ECLI:NL:RBZLY:2006:AY8862
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Executiegeschil over finale kwijting na betaling en staken tenuitvoerlegging vonnis
In deze zaak staat een executiegeschil centraal waarbij eiseres zich verzet tegen de tenuitvoerlegging van een vonnis uit 1994. Eiseres stelt dat zij na het vonnis een mondelinge overeenkomst met gedaagde heeft gesloten, waarbij zij een bedrag van fl. 20.000,-- betaalde tegen finale kwijting, en dat gedaagde misbruik maakt van zijn executiebevoegdheid door alsnog tot executie over te gaan.
Gedaagde betwist dat hij afstand heeft gedaan van zijn rechten uit het vonnis en stelt dat eiseres slechts een deelbetaling heeft gedaan. Tevens voert hij aan dat de overeenkomst aantastbaar is en dat hij zich niet kan verhalen via het faillissement van [A].
De voorzieningenrechter oordeelt dat het vonnis niet berust op een juridische misslag en dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat executie een noodtoestand veroorzaakt. Wel is voorshands vastgesteld dat gedaagde finale kwijting heeft verleend na betaling van fl. 20.000,--, waardoor de executoriale titel haar rechtskracht heeft verloren. Gedaagde kan het vonnis niet in redelijkheid ten uitvoer leggen en de tenuitvoerlegging moet worden gestaakt.
De voorzieningenrechter legt een dwangsom op voor het geval gedaagde in strijd met het vonnis handelt en veroordeelt hem in de proceskosten. Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank beveelt staking van de tenuitvoerlegging van het vonnis na finale kwijting en veroordeelt gedaagde in proceskosten.