ECLI:NL:RBZLY:2006:AZ0018
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beschermingsbewindvoerder geen wettelijk vertegenwoordiger in erfrechtelijke vereffening
In deze zaak verzocht de bewindvoerder namens minderjarige rechthebbenden ontheffing van de verplichting tot vereffening van de nalatenschap van de overleden moeder. De nalatenschap omvatte circa €100.000 aan activa en minder dan €9.000 aan passiva, waarbij de schulden naar verwachting zonder problemen voldaan kunnen worden.
De kantonrechter stelde zich de vraag of een beschermingsbewindvoerder als wettelijk vertegenwoordiger kan worden aangemerkt zoals bedoeld in art. 4:202 lid 2 BW Pro. Gelet op de parlementaire geschiedenis en de aard van beschermingsbewind, dat niet samenhangt met handelingsonbekwaamheid, concludeerde de rechter dat deze term beperkt moet worden uitgelegd tot ouders, voogden en curatoren van handelingsonbekwamen.
Hierdoor is de vereffening volgens afdeling 4.6.3 BW van toepassing en kan geen ontheffing worden verleend. Wel ontheft de kantonrechter de erfgenamen van de verplichting tot inzage van de boedelbeschrijving en ziet af van het opleggen van andere verplichtingen conform art. 4:221 lid 1 BW Pro. Het verzoek tot ontheffing wordt afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot ontheffing van de verplichting tot vereffening wordt afgewezen; beschermingsbewindvoerder is geen wettelijk vertegenwoordiger.