ECLI:NL:RBZLY:2006:AZ5651
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering herziening WW-dagloon wegens ontbreken nieuwe feiten of veranderde omstandigheden
Eiser, werkzaam in de sector bouwnijverheid, verzocht het UWV om herziening van zijn WW-dagloonvaststelling omdat geen rekening was gehouden met de werknemersbijdrage aan de Vroegpensioenregeling. Het UWV erkende eind 2004 dat in die sector mogelijk foutief dagloon was vastgesteld en paste het beleid aan, maar herzag eerdere besluiten niet met terugwerkende kracht zonder nieuw gebleken feiten.
De rechtbank overwoog dat besluiten waartegen geen bezwaar of beroep is ingesteld, rechtens onaantastbaar zijn. Het feit dat het UWV een fout erkende, vormt geen nieuw feit dat herziening rechtvaardigt. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel en discriminatieverbod faalde omdat de fout zich alleen in de bouwsector voordeed en de gedragslijn van het UWV zorgvuldig en niet onredelijk was.
De rechtbank volgde de vaste jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep dat de rechter zich bij toetsing moet beperken tot nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden en geen volledige heroverweging van het oorspronkelijke besluit mag doen. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering tot herziening van het WW-dagloon met terugwerkende kracht wordt ongegrond verklaard.