ECLI:NL:RBZLY:2006:AZ6518
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering opheffing conservatoir beslag wegens geen misbruik procesrecht of novum
In deze zaak vordert eiser de opheffing van conservatoir beslag dat door P&I Houtbewerking is gelegd wegens wanprestatie. P&I Houtbewerking baseert haar vordering op een mondelinge overeenkomst en een schriftelijke offerte van 5 juni 2005 voor levering van puzzels en cassettes.
Eiser betwist het bestaan van een overeenkomst en stelt dat er geen nieuwe feiten zijn die het aanhangig maken van een tweede kort geding rechtvaardigen. De voorzieningenrechter onderzoekt of het ne bis in idem-beginsel en misbruik van procesrecht aan de orde zijn. Er wordt geoordeeld dat het ne bis in idem-beginsel in civiel recht geen grond is voor niet-ontvankelijkheid en dat er geen sprake is van misbruik van procesrecht omdat geen relevant nieuw feit (novum) is aangevoerd.
De voorzieningenrechter weegt vervolgens de belangen en concludeert dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat de vordering van P&I Houtbewerking ondeugdelijk is. Het belang van P&I Houtbewerking om haar mogelijke verhaalsrechten te beschermen, weegt zwaarder dan het belang van eiser bij herfinanciering. De vordering tot opheffing van het beslag wordt afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot opheffing van het conservatoir beslag wordt afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.