ECLI:NL:RBZLY:2006:BB0808
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Terugvordering onverschuldigde betaling door bank van onrechtmatig ontvangen bedrag
De bank vordert terugbetaling van een bedrag van €8.143,96 dat door een zakelijke relatie van de bank onverschuldigd aan de gedaagde is betaald. Deze vordering is gebaseerd op onverschuldigde betaling volgens artikel 6:203 lid 1 BW Pro, nadat de vordering door cessie aan de bank is overgedragen.
De gedaagde betwist de vordering en stelt dat hij niet betrokken is bij frauduleuze handelingen en het bedrag nooit feitelijk heeft ontvangen, omdat het geld kort na bijschrijving onbevoegd van zijn postbankrekening is afgehaald met behulp van een pinpas die hij kwijt was. De rechtbank oordeelt echter dat het bedrag onbetwist op de rekening van de gedaagde is bijgeschreven en dat hij dit als rekeninghouder heeft ontvangen, ongeacht het latere onbevoegd gebruik van de pinpas.
De rechtbank wijst het verweer dat de bank de bewijslast draagt voor betrokkenheid bij fraude af, omdat de vordering niet op onrechtmatig handelen van de gedaagde is gebaseerd, maar op het ontbreken van een rechtsgrond voor de betaling. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
De rechtbank veroordeelt de gedaagde tot betaling van het bedrag van €8.143,96, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 27 november 2002, en in de proceskosten van de bank. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot terugbetaling van €8.143,96 vermeerderd met wettelijke rente en proceskosten aan de bank.