ECLI:NL:RBZLY:2006:BC8798
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling en aanpassing berekening verlies aan verdienvermogen na ongeval
In deze civiele zaak staat de berekening van het verlies aan verdienvermogen van eiser centraal, waarbij het inkomen zonder het ongeval fictief wordt vastgesteld. De rechtbank benoemde een arbeidsdeskundige die een salarisontwikkeling van EUR 984,00 naar EUR 2.850,00 over 20 jaar vaststelde, uitgaande van een aanvang in 2000. Eiser betoogde dat de bedragen aangepast moesten worden aan de algemene salarisontwikkeling vanaf 2001, wat de rechtbank volgde.
De deskundige stelde ook dat eiser in de fictieve situatie een auto van de zaak en een mobiele telefoon zou hebben gehad. Univé betwistte dit, maar de rechtbank oordeelde dat de deskundige dit voldoende had gemotiveerd op basis van branche-informatie en marktontwikkelingen. De auto van de zaak werd gewaardeerd met oplopende cataloguswaarden per periode, waarbij fiscale bijtelling als netto inkomen wordt beschouwd.
Verder bepaalde de rechtbank dat de eindleeftijd voor de berekening op 65 jaar ligt, rekening houdend met maatschappelijke ontwikkelingen. Voor de contante waarde berekening geldt een rekenrente van 3% met peildatum 1 januari 2006. Eiser moet een actariële berekening indienen, waarna Univé kan reageren. De rechtbank ziet voorlopig geen reden om een deskundige te benoemen en verwijst de zaak naar de rol voor verdere processtappen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de aanpassingen van Univé af en bepaalt dat de salarisbedragen aangepast worden aan loonontwikkeling, met inachtneming van auto van de zaak en rekenrente van 3%.