ECLI:NL:RBZLY:2007:BA9591
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing vorderingen bank wegens niet-nakoming kredietovereenkomsten
In deze zaak vordert ABN AMRO Bank betaling van diverse openstaande bedragen voortvloeiend uit meerdere kredietovereenkomsten met de gedaagden, waaronder een rekening-courantkrediet en flexibele kredieten. De bank stelt dat de gedaagden de bedragen verschuldigd zijn en dat de kredietovereenkomsten terecht zijn opgezegd wegens onder meer overstanden en niet-nakoming van betalingsverplichtingen.
De gedaagden betwisten onder meer de rechtmatigheid van de opzeggingen en voeren aan dat de bank onterecht de kredietovereenkomsten opeisbaar heeft gesteld. De rechtbank oordeelt dat de bank zorgvuldig heeft gehandeld, onderbouwt dat de opzeggingen aan de wettelijke vereisten voldoen, en wijst de meeste vorderingen toe. Voor één rekening wordt de vordering afgewezen wegens het ontbreken van een ingebrekestelling.
De rechtbank veroordeelt de gedaagden hoofdelijk tot betaling van de gevorderde bedragen, vermeerderd met de overeengekomen rente, en in de proceskosten. De uitspraak bevestigt de toepassing van de Wet op het Consumentenkrediet en benadrukt het belang van ingebrekestelling bij opzegging van kredietovereenkomsten.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de gedaagden hoofdelijk tot betaling van de openstaande kredietsaldi met rente en proceskosten, behalve voor één vordering wegens ontbreken van ingebrekestelling.