ECLI:NL:RBZLY:2007:BC2584
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Nakoming omgangsregeling ondanks betwiste verhuizing naar het buitenland
In deze zaak vordert de man dat de vrouw meewerkt aan de omgangsregeling met hun minderjarige kind, die reeds bij beschikking van 2 mei 2007 door de rechtbank is vastgesteld. De vrouw betwist de bevoegdheid van de Nederlandse rechter omdat zij naar het buitenland zou zijn verhuisd en voert aan dat nakoming van de omgangsregeling daardoor onmogelijk is geworden.
De voorzieningenrechter stelt vast dat de vrouw volgens de gemeentelijke basisadministratie nog steeds in Nederland woonachtig is en dat haar verhuizing naar het buitenland niet aannemelijk is gemaakt. De rechtbank oordeelt dat de Nederlandse rechter bevoegd is en dat de verhuizing geen zwaarwegende omstandigheid vormt die nakoming van de omgangsregeling in redelijkheid verhindert.
De rechtbank benadrukt dat de omgangsregeling in het belang van het kind is vastgesteld en dat de vrouw haar eigen belangen daaraan moet ondergeschikt maken. De vrouw wordt veroordeeld om vanaf 8 juli 2007 de omgangsregeling na te leven, met een dwangsom van maximaal 25.000 euro bij niet-nakoming. De proceskosten worden tussen partijen gecompenseerd.
Uitkomst: De vrouw wordt veroordeeld tot nakoming van de omgangsregeling met een dwangsom bij niet-nakoming.