Conclusie
1.De feiten en het procesverloop
time-outte geven.
2.Bespreking van het cassatiemiddel
family lifeen omgang met zijn dochter is niet absoluut. Het kan worden beperkt voor zover dit bij de wet is voorzien en in een democratische samenleving noodzakelijk is in het belang van, onder meer, de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen (art. 8 lid 2 EVRM Pro), in dit geval het recht van de moeder op
family lifemet de dochter, onderscheidenlijk de belangen van de dochter zelf. Art. 3 lid 1 van Pro het Verdrag voor de rechten van het kind (IVRK) brengt mee dat de belangen van het kind bij de afweging een eerste overweging vormen; subonderdeel 1.9 gaat aan dit laatste voorbij.
slechtis voor het kind; niet slechts op de grond dat niet is komen vast te staan dat omgang
goedis voor het kind [13] . Art. 377a lid 3 BW bevat de volgende ontzeggingsgronden:
ambtshalvetot ondertoezichtstelling kan overgaan omdat de moeder geen medewerking heeft verleend aan de omgang. Tot ambtshalve ondertoezichtstelling heeft het hof, terecht, zich niet bevoegd geacht.