ECLI:NL:RBZLY:2007:BD3174
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzet tegen dwangsombeschikking en invordering door Provincie Overijssel
De zaak betreft het verzet van [A] Holding B.V. tegen een dwangbevel van Gedeputeerde Staten (GS) van Overijssel, waarin dwangsommen werden opgelegd wegens overtredingen van milieuvoorschriften verbonden aan een milieuvergunning. [A] exploiteert een afvalverwerkend bedrijf en werd meerdere keren geconstateerd in overtreding van vergunningvoorschriften, waaronder het gebruik van niet-vergunde installaties en onjuiste opslag van afvalstoffen.
De rechtbank oordeelt dat het dwangbevel een beschikking is in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en dat [A] voorafgaand aan het dwangbevel had moeten worden gehoord. Echter is geoordeeld dat [A] voldoende gelegenheid heeft gehad om haar standpunt kenbaar te maken en dat zij niet in haar belangen is geschaad door het ontbreken van een hoorzitting vooraf. De formele rechtskracht van het dwangsombesluit is vastgesteld omdat tegen het besluit op bezwaar geen beroep is ingesteld.
De rechtbank stelt vast dat de overtredingen terecht zijn geconstateerd en dat het doel en de strekking van de last onder dwangsom is dat het niet-vergunde gebruik van installaties wordt gestaakt en dat de opslagvoorschriften worden nageleefd. De invordering van de dwangsommen is niet onrechtmatig, ook niet vanwege een ambtelijk advies om niet tot invordering over te gaan. Het verzet wordt ongegrond verklaard en [A] wordt veroordeeld in de proceskosten en betaling van het nasalaris van de procureur.
Uitkomst: Het verzet van [A] wordt ongegrond verklaard en de invordering van de dwangsommen door de Provincie Overijssel bevestigd.