ECLI:NL:RBZLY:2007:BE9461
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.I. van der Kris
- M.I. Lammertsma-van der Heij
- F.G. van Arem
- Rechtspraak.nl
Beoordeling dagloonvaststelling WIA-uitkering op grond van overgangsregeling vakantietoeslag
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen de vaststelling van zijn WIA-dagloon, omdat bij de berekening slechts rekening is gehouden met een vakantietoeslag van circa 9 maanden in plaats van 12 maanden. Dit volgt uit de overgangsregeling in artikel 24 van Pro het Besluit dagloonregels, die bepaalt dat bij loon genoten vóór 1 januari 2007 de vakantietoeslag wordt berekend op basis van uitbetaalde in plaats van opgebouwde toeslag.
De rechtbank stelt vast dat eiser in het refertejaar slechts een vakantietoeslag heeft ontvangen over ongeveer 9 maanden, omdat hij vanaf augustus 2003 een WW-uitkering ontving. Hierdoor is het dagloon lager dan wanneer de opgebouwde vakantietoeslag over een heel jaar was meegenomen.
De rechtbank concludeert dat de wetgever bewust geen uitzondering heeft gemaakt op deze overgangsregeling en dat geen wettelijke grond bestaat om hiervan af te wijken, ook niet bij kennelijk onredelijke uitkomsten. De rechtbank mag de innerlijke waarde van de wet niet toetsen aan billijkheid en redelijkheid.
Daarom wordt het beroep ongegrond verklaard en blijft de vaststelling van het dagloon op €121,21 in stand. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de vaststelling van het dagloon wordt ongegrond verklaard en het dagloon blijft vastgesteld op €121,21.