ECLI:NL:RBZLY:2008:BC7444
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling kleinhandelsbedrijf en beëindiging huurovereenkomst bedrijfsruimte
In deze zaak staat centraal of het gehuurde pand kwalificeert als een kleinhandelsbedrijf in de zin van artikel 7:290 BW Pro, wat bepalend is voor de looptijd van de huurovereenkomst. AC exploiteert een onderneming die uitsluitend aan zakelijke klanten levert, zonder een voor het publiek toegankelijk lokaal voor rechtstreekse levering. De kantonrechter stelt vast dat de wettelijke definitie van kleinhandelsbedrijf levering aan particulieren inhoudt, hetgeen hier niet het geval is. Daarmee valt de huurovereenkomst niet onder de bepalingen van artikel 7:290 BW Pro en heeft deze geen vaste looptijd van vijf jaar.
Daarnaast is de vraag aan de orde of AC na vertrek uit het pand op 1 juli 2005 nog huur verschuldigd is. AC beroept zich op onvoorziene omstandigheden en stelt dat de huurovereenkomst daardoor is geëindigd. De kantonrechter wijst dit af omdat geen ingebrekestelling heeft plaatsgevonden en het vertrek niet als opzegging kan worden aangemerkt. De schriftelijke opzegging van 21 oktober 2005 is wel geldig, maar de opzegtermijn van één maand is te kort gelet op de omstandigheden. Een opzegtermijn van twee maanden wordt redelijk geacht, waardoor de huurovereenkomst per 1 januari 2006 eindigt.
De vorderingen van AC worden afgewezen en de proceskosten worden gecompenseerd, waarbij beide partijen hun eigen kosten dragen.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt niet als 290-bedrijfsruimte aangemerkt en eindigt rechtsgeldig per 1 januari 2006 met een opzegtermijn van twee maanden.