ECLI:NL:RBZLY:2008:BD3134
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering op grond van concurrentiebeding wegens schadeplichtig ontslag en onvoldoende belang
De vennootschap onder firma exploiteert een sportcentrum en had met twee werknemers concurrentiebedingen overeengekomen. Na beëindiging van de arbeidsovereenkomsten gingen deze werknemers aan de slag bij een concurrerend bedrijf binnen 20 km, wat volgens eiseres een schending van het concurrentiebeding vormt.
Eiseres vorderde een verbod op het geven van lessen door de werknemers en de nieuwe werkgever, dwangsommen en inzage in werkroosters. De werknemers en nieuwe werkgever voerden verweer dat het concurrentiebeding niet van toepassing is vanwege een schadeplichtig ontslag van één werknemer en dat het belang van eiseres onvoldoende is om het concurrentiebeding te handhaven.
De rechtbank oordeelde dat het ontslag van de werknemer vermoedelijk schadeplichtig is omdat geen dringende reden voor ontslag op staande voet was. Hierdoor kan eiseres geen rechten ontlenen aan het concurrentiebeding jegens deze werknemer. Voorts is onvoldoende aannemelijk dat het belang van eiseres zwaarder weegt dan het recht op vrije arbeidskeuze van de andere werknemer.
Ten aanzien van de nieuwe werkgever is geen sprake van onrechtmatig handelen omdat geen bijzondere omstandigheden zijn gesteld. De vorderingen worden afgewezen en eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen af en veroordeelt eiseres in de proceskosten.