ECLI:NL:RBZLY:2008:BD4309
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke boete wegens illegale tewerkstelling van vreemdelingen door werkgever
Eiser kreeg een bestuurlijke boete van €12.000 opgelegd omdat hij als werkgever vreemdelingen arbeid liet verrichten zonder de vereiste tewerkstellingsvergunning, in strijd met artikel 2, eerste lid, onder e, van de Wav. Na een werkplekcontrole op 16 oktober 2006 bleek dat een vreemdeling illegaal werkte, waarna eiser had moeten ingrijpen en afspraken maken met het bouwbedrijf dat de arbeidskrachten leverde.
Tijdens een hercontrole op 7 november 2006 werden drie vreemdelingen aangetroffen die werkzaamheden verrichtten zonder vergunning, waaronder het laden en lossen van bouwmaterialen en schilderwerk. Eiser voerde aan dat hij niet verwijtbaar had gehandeld omdat het bouwbedrijf erkend was, marktconforme prijzen hanteerde en de werkzaamheden tijdens gebruikelijke uren plaatsvonden. Ook stelde hij dat het bouwbedrijf en een uitzendbureau verantwoordelijk waren voor de controle van identiteitspapieren.
De rechtbank oordeelde dat eiser als feitelijk werkgever verantwoordelijk is en had moeten weten van de illegale tewerkstelling na de eerste controle. Zijn algemene mondelinge sommatie aan het bouwbedrijf was onvoldoende en hij had de naleving moeten controleren. De rechtbank achtte het beleid van verweerder omtrent verwijtbaarheid redelijk en vond dat eiser niet had aangetoond dat hij de maximale zorg had betracht om overtreding te voorkomen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de bestuurlijke boete van €12.000 wegens illegale tewerkstelling wordt ongegrond verklaard.