ECLI:NL:RBZLY:2008:BG5827
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - meervoudig
- W. Miltenburg
- F.P. Dresselhuys-Doeleman
- K. van Leeuwen
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voogdij over buitenlands kind wegens strijd met adoptiewetgeving
De Raad voor de Kinderbescherming verzocht de rechtbank om voorlopige voogdij toe te wijzen over [Baby J.], een buitenlands kind dat zonder beginseltoestemming in het gezin van de vrouw en de man was opgenomen. De vrouw en de man betwistten dat zij in strijd met de wet handelden en stelden dat zij het gezag hadden en goed voor het kind zorgden.
De rechtbank oordeelde dat de vrouw en de man inderdaad zonder de vereiste toestemming het kind in hun gezin hadden opgenomen, wat in strijd is met de Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie (Wobka). De rechtbank achtte het noodzakelijk om voorlopige voogdij toe te wijzen aan de voogdijinstelling om een onderzoek te kunnen starten naar de beste gezagsregeling voor het kind.
Hoewel de vrouw en de man aanvoerden dat het kind reeds hechting had opgebouwd, vond de rechtbank op basis van deskundig advies dat de hechting nog niet zodanig was dat een tijdelijke plaatsing in een neutraal pleeggezin schadelijk zou zijn. De voogdijinstelling kreeg alle bevoegdheden over persoon en vermogen van het kind voor een periode van zes maanden, met een vervaltermijn van twaalf weken voor het indienen van een definitief gezagsverzoek.
De rechtbank wees het verzoek van de vrouw en de man af om zelf de voorlopige voogdij te voeren, omdat dit in strijd is met de strekking van de Wobka. De uitspraak werd gedaan door drie kinderrechters in aanwezigheid van de griffier op 27 november 2008.
Uitkomst: De rechtbank wijst de voorlopige voogdij toe aan Bureau Jeugdzorg Overijssel over [Baby J.] wegens strijd met de Wobka.