ECLI:NL:RBZLY:2009:BH9927
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.M.W. Vijftigschild
- E.W. Akkerman
- E.M. de Veij Mestdagh
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verkrachting, veroordeling ontuchtige handelingen minderjarige
De rechtbank Zwolle-Lelystad behandelde een zaak waarin verdachte werd beschuldigd van verkrachting en ontuchtige handelingen met een minderjarige. Na uitgebreid onderzoek en meerdere zittingen oordeelde de rechtbank dat het bewijs voor verkrachting onvoldoende was om tot een veroordeling te komen. Het slachtoffer had verklaard dat de seksuele contacten tegen haar wil waren, maar er was onvoldoende bewijs van dwang in de zin van artikel 242 Sr Pro.
Wel werd vastgesteld dat verdachte in de periode van juni 2006 tot april 2007 meerdere ontuchtige handelingen had gepleegd met een meisje tussen de 12 en 16 jaar, waaronder seksueel binnendringen. Dit subsidiaire tenlastegelegde feit werd wettig en overtuigend bewezen verklaard op basis van verklaringen, telefooncontacten en ondersteunend bewijs zoals foto’s en getuigenverklaringen.
De rechtbank legde verdachte een taakstraf van 240 uur op en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 8 maanden met een proeftijd van 2 jaar. Daarnaast werd een schadevergoeding van € 1.000 toegewezen aan het slachtoffer. De rechtbank hield rekening met de ernst van het delict, de kwetsbare positie van het slachtoffer, het feit dat verdachte niet eerder voor soortgelijke feiten was veroordeeld en het tijdsverloop sinds de feiten.
De vordering van het slachtoffer tot een hogere schadevergoeding werd deels niet-ontvankelijk verklaard en moest bij de burgerlijke rechter worden ingediend. De strafrechtelijke procedure werd daarmee afgerond met een gedeeltelijke vrijspraak en een veroordeling voor ontuchtige handelingen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van verkrachting, maar veroordeeld voor ontuchtige handelingen met een minderjarige en krijgt een taakstraf en voorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd.