ECLI:NL:RBZLY:2009:BI3403
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Juridische kwalificatie van onderhandelingsprocedure over horecagelegenheid
In deze civiele procedure staat de juridische kwalificatie van diverse stappen in de onderhandelingsprocedure rond een horecagelegenheid centraal. Eiseres stelde dat partijen een bindende koop- en huurovereenkomst zijn aangegaan, onderbouwd met twee door gedaagde voor akkoord getekende brieven van 22 december 2006, waarin onder meer een koopsom en huurvoorwaarden zijn vermeld. Gedaagden betwistten dat sprake is van een definitieve overeenkomst en kwalificeerden de brieven als intentieovereenkomsten. Tevens stelden zij dat een kooprecht van een derde onverwacht was ingeroepen, waardoor verdere onderhandelingen plaatsvonden.
De rechtbank oordeelde dat gedaagden zich met het voor akkoord tekenen van de brieven ondubbelzinnig hebben verbonden, zodat in beginsel sprake is van een afdwingbare overeenkomst. Het standpunt dat het slechts intentieovereenkomsten zouden zijn, werd verworpen. Het feit dat nadien verdere besprekingen plaatsvonden doet hieraan niet af. Wel acht de rechtbank het mogelijk dat de overeenkomst is aangegaan onder de ontbindende voorwaarde van het inroepen van een kooprecht van een derde, waarvoor gedaagden de bewijslast dragen.
De rechtbank bepaalde dat gedaagden moeten bewijzen dat de overeenkomst onder deze ontbindende voorwaarde is gesloten en stelde een vervolgprocedure vast met getuigenverhoor en bewijslevering. Iedere verdere beslissing werd aangehouden totdat dit bewijs is geleverd.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de brieven van 22 december 2006 een afdwingbare overeenkomst vormen, maar houdt de zaak aan voor bewijslevering omtrent een ontbindende voorwaarde.