ECLI:NL:RBZLY:2009:BJ5023
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid en kostenverdeling sanering bodemverontreiniging tankstation
In deze civiele procedure staat centraal wie aansprakelijk is voor de kosten van de sanering van een tankstation. Shell stelt dat Wigwam eigenaar is van de huisbrandolietank en daardoor aansprakelijk voor de saneringskosten, terwijl Wigwam betwist dat zij eigenaar is en wijst op bruikleen en onderhoudscontracten met Shell.
De rechtbank overweegt dat de natrekkingregel uit artikel 5:20 BW Pro van toepassing is, waardoor de eigenaar van de grond ook eigenaar wordt van duurzaam daarmee verenigde zaken, tenzij er een recht van opstal is of een andere uitzondering geldt. Omdat partijen hierover geen overeenstemming hebben, wordt een comparitie gelast om nadere bewijslevering en overleg te faciliteren.
Daarnaast is vastgesteld dat de tank verantwoordelijk is voor 85% van de vervuiling, en dat Shell maximaal 15% van de kosten draagt. De rechtbank wijst erop dat partijen zich moeten uitlaten over de feiten, afspraken en de inhoud van relevante correspondentie, waaronder een brief uit 1990 over aansprakelijkheid voor bodemverontreiniging.
De procedure wordt aangehouden en partijen worden opgeroepen om stukken in te dienen en zich voor te bereiden op de comparitie, waarbij ook mediation mogelijk is. De rechtbank benadrukt dat niet verschijnen nadelige gevolgen kan hebben.
Uitkomst: De rechtbank gelast een comparitie voor nadere bewijslevering en houdt verdere beslissing aan.