ECLI:NL:RBZLY:2009:BK2768
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Arbeidsrechtelijke geschil over loonbetaling en vakantiedagen bij situatieve arbeidsongeschiktheid
In deze arbeidsrechtelijke bodemprocedure staat centraal de vraag of werknemer recht heeft op loon en vakantiedagen over de periode vanaf 25 maart 2008, waarin hij zijn overeengekomen arbeid niet heeft verricht. De werknemer was bedrijfsleider en had een arbeidsovereenkomst die per 1 mei 2008 zou eindigen. Na beëindiging van de exploitatie van de oorspronkelijke vestiging werd hij elders tewerkgesteld. Vanaf 6 maart 2008 meldde hij zich ziek, maar de verzekeringsarts stelde vast dat er geen sprake was van ziekte, doch van belemmeringen door een arbeidsconflict, en adviseerde een time-out.
De werkgever stelde dat zij onverschuldigd loon had betaald vanaf 25 maart 2008 omdat de werknemer niet werkte, en wilde dit verrekenen met vakantietegoed. De kantonrechter oordeelde dat de werkgever onvoldoende initiatief had genomen om de situatie op te lossen, dat de werknemer zich flexibel had opgesteld en bereid was tot overleg, en dat de werkgever het loon zonder voorbehoud had doorbetaald. Hierdoor was sprake van een oorzaak die voor rekening van de werkgever kwam, zodat de werknemer recht had op loon en opbouw van vakantiedagen vanaf die datum.
De kantonrechter verwierp het beroep van de werkgever op verrekening van vakantiedagen en stelde vast dat de werknemer recht had op vergoeding van 345,73 niet-genoten vakantie-uren. De vordering tot betaling van € 4.538,10 bruto werd toegewezen, evenals een wettelijke verhoging van € 1.000,00. De vordering van de werkgever tot terugbetaling van loon werd afgewezen. De werkgever werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Werknemer heeft recht op doorbetaling van loon en vergoeding van niet-genoten vakantiedagen vanaf 25 maart 2008; vordering werkgever tot terugbetaling wordt afgewezen.