ECLI:NL:RBZLY:2009:BK2769
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid kantonrechter en toewijzing vordering prepensioenpremies op grond van protocol CAO-partijen
Het Prepensioenfonds vordert van [gedaagde partij] betaling van prepensioenpremies over de periode 1 januari 2002 tot 20 februari 2003 op grond van het Protocol Onderhandelingsakkoord van 29 september 2000. [gedaagde partij] betwist de premieplicht en voert onder meer aan dat het Protocol geen verbintenis tot premiebetaling heeft gecreëerd voordat de regeling verplicht werd gesteld door de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
De kantonrechter stelt vast dat het Protocol een derdenbeding bevat dat het Prepensioenfonds een vordering tot premiebetaling verschaft. De tekst van het Protocol is eenduidig en bepaalt dat de prepensioenregeling per 1 januari 2002 ingaat, ongeacht de latere verplichtstelling. Het verweer dat het arrest van het gerechtshof Arnhem van 25 maart 2008 gezag van gewijsde heeft en de vordering moet afwijzen, faalt omdat dat arrest alleen betrekking heeft op de invordering via dwangbevel en niet op de contractuele grondslag.
De kantonrechter oordeelt dat de premierestitutie door het Prepensioenfonds onverschuldigd was en dat het Prepensioenfonds gerechtigd is het bedrag terug te vorderen. Verjaring en rechtsverwerking worden verworpen. De vordering wordt toegewezen, [gedaagde partij] wordt veroordeeld tot betaling van € 55.098,91 plus wettelijke rente vanaf 14 november 2005 en in de proceskosten. De tegenvorderingen van [gedaagde partij] worden afgewezen wegens het ontbreken van een geldige grondslag.
Uitkomst: De kantonrechter wijst de vordering van het Prepensioenfonds toe en veroordeelt [gedaagde partij] tot betaling van de premies over 1 januari 2002 tot 20 februari 2003 met rente en proceskosten.