ECLI:NL:RBZLY:2010:BK9210
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.C. Moorman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot ontbinding arbeidsovereenkomst na ontslagvergunning werkgever
De werknemer heeft verzocht om ontbinding van de arbeidsovereenkomst met toekenning van een vergoeding, nadat de werkgever een ontslagvergunning bij het UWV had aangevraagd en verkregen. De werkgever heeft het ontslag vervolgens aangezegd per 1 februari 2010. De werknemer stelde dat hij recht had op een vergoeding vanwege zijn lange dienstverband en beperkte arbeidsmarktpositie.
De kantonrechter oordeelde dat het verzoek tot ontbinding slechts kan slagen indien er gewichtige redenen zijn die maken dat de arbeidsovereenkomst billijkheidshalve eerder moet eindigen dan de opzegdatum. Het enkele feit dat de werknemer zonder vergoeding wordt ontslagen, vormt geen dergelijke gewichtige reden. Ook de onzekerheid over de financiële situatie na ontslag is geen reden om de arbeidsovereenkomst eerder te ontbinden.
De kantonrechter volgde de criteria uit het arrest van de Hoge Raad van 11 december 2009 en concludeerde dat het verzoek moet worden afgewezen. De werknemer werd veroordeeld in de proceskosten van de werkgever.
Uitkomst: Het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst wordt afgewezen wegens het ontbreken van gewichtige redenen.