ECLI:NL:RBZLY:2010:BM9568
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken wettig bewijs voor witwassen contant geld
De rechtbank Zwolle-Lelystad behandelde een zaak waarin verdachte werd verdacht van witwassen van contante geldbedragen van in totaal circa €105.871 tussen 1 januari 2002 en 11 november 2005. Het onderzoek richtte zich op de herkomst van deze gelden, waarbij een eenvoudige kasopstelling werd gebruikt om contante geldstromen te analyseren.
Hoewel uit deze kasopstelling bleek dat verdachte meer contant geld had uitgegeven dan hij uit legale bronnen had ontvangen, kon de rechtbank niet met zekerheid vaststellen dat dit geld uit een misdrijf afkomstig was. Verdachte verklaarde dat het geld afkomstig was uit handel, en er waren geen bewijsmiddelen die dit tegenspraken.
De rechtbank constateerde dat de bewijsvoering onvoldoende was om te concluderen dat verdachte wist dat de gelden uit enig misdrijf kwamen. Verdachte werd daarom vrijgesproken van het primair en subsidiair ten laste gelegde witwassen. De rechtbank benadrukte dat de gebruikte methode van kasopstelling vooral geschikt is voor ontnemingsvorderingen en niet voor het bewijs van schuld in strafzaken.
De zaak kende een langdurige procedure met zittingen in december 2008 en juni 2010. De rechtbank oordeelde dat, ondanks bevreemding over de verklaringen van verdachte, er geen wettig en overtuigend bewijs was voor het witwassen. De vrijspraak werd uitgesproken op 22 juni 2010.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens ontbreken van wettig en overtuigend bewijs voor witwassen.