ECLI:NL:RBZLY:2010:BM9570
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs witwassen contant geld
De rechtbank Zwolle-Lelystad behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van het witwassen van een totaalbedrag van €34.521,44 tussen 1 januari 2002 en 11 november 2005. Het openbaar ministerie stelde dat verdachte contant geld had verworven, voorhanden gehad en gebruikt, terwijl hij wist dat dit afkomstig was uit misdrijf.
Het bewijs bestond onder meer uit een financieel onderzoek met een eenvoudige kasopstelling die liet zien dat verdachte meer contant geld had uitgegeven dan hij uit legale bronnen had ontvangen. Ook werden aankopen zoals een horloge, auto en meubelen genoemd. Verdachte gaf geen verklaring over de herkomst van het geld.
De verdediging voerde aan dat er geen wettig en overtuigend bewijs was dat het geld uit een misdrijf kwam. De rechtbank overwoog dat de kasopstelling slechts een indicatie geeft en de omvang van contante uitgaven niet met zekerheid kan worden vastgesteld. Daarnaast ontbrak een doorslaggevend bewijsmiddel dat het geld uit enig misdrijf afkomstig was.
Gezien het tijdsverloop, de omstandigheden en het ontbreken van bewijs sprak de rechtbank verdachte vrij van het ten laste gelegde witwassen. De gevorderde straf door het OM werd niet toegewezen.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van witwassen wegens gebrek aan overtuigend bewijs.