ECLI:NL:RBZLY:2010:BP1875
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot voortzetting kredietfaciliteiten ABN AMRO en Deutsche Bank
Eisers vorderden in kort geding dat de kredietfaciliteiten verstrekt door ABN AMRO en Deutsche Bank, tezamen tot een bedrag van EUR 72.500,00, onverkort en ongewijzigd zouden worden voortgezet. De kredietovereenkomsten betroffen zowel zakelijke als privékredieten, waarbij onder meer een hypothecaire zekerheid was gesteld.
De rechtbank stelde vast dat de vordering niet toewijsbaar was omdat eiser niet voldeed aan de aflossingsverplichtingen, met name de maandelijkse afbouw van het privékrediet, en de kredietlimiet was overschreden. De banken hadden een bijzondere zorgplicht, maar deze werd niet geschonden omdat de opzegging proportioneel en subsidiariteit was, mede gezien de verslechterde financiële situatie van de onderneming en het uitblijven van verbetering ondanks waarschuwingen en verzoeken tot overleg.
De rechtbank oordeelde dat de afspraken over het krediet niet inhielden dat de kredieten onvoorwaardelijk konden worden opgenomen tot EUR 72.500,00 zonder aflossingsverplichting. De risico-opslag en buitengerechtelijke kosten waren terecht in rekening gebracht. De vorderingen tot voortzetting van de kredietfaciliteiten, terugdraaien van risico-opslag en creditering van kosten werden afgewezen. Eisers werden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot voortzetting van de kredietfaciliteiten wordt afgewezen en eisers worden veroordeeld in de proceskosten.