ECLI:NL:RBZLY:2011:BP2853
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Bevel tot opnemen van vertrouwelijke communicatie met technisch hulpmiddel toegestaan ondanks bezwaren op grond van EVRM
De zaak betreft het hoger beroep van de officier van justitie tegen de afwijzing van een bevel tot het opnemen van vertrouwelijke communicatie met een technisch hulpmiddel tegen de verdachte. De rechtbank toetst of het bevel voldoet aan de eisen van artikel 126l lid 1 Wetboek van Strafvordering, waaronder de ernst van het misdrijf en de dringende noodzaak van het onderzoek.
De rechtbank bespreekt het arrest Allan vs Verenigd Koninkrijk van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM), waarin het gebruik van een door justitie ingezette 'informer' werd beoordeeld. In deze zaak wordt geoordeeld dat de echtgenote van de verdachte niet als een 'informer' van de staat kan worden aangemerkt en dat het gesprek tussen haar en de verdachte geen equivalent is van een formeel politieverhoor.
De rechtbank concludeert dat het bevel proportioneel en subsidiariteitseisen respecteert, ondanks dat de verdachte de feiten ontkent en nog niet alle minder ingrijpende onderzoeksmiddelen zijn uitgeput. Het bevel wordt daarom verleend voor de periode van 3 tot en met 4 januari 2011. De rechtbank acht geen sprake van schending van artikel 6 EVRM Pro.
De beslissing bevestigt dat het opnemen van communicatie in deze omstandigheden toelaatbaar is, waarbij de uiteindelijke bewijswaardering aan de zittingsrechter wordt overgelaten.
Uitkomst: Het bevel tot het opnemen van vertrouwelijke communicatie met een technisch hulpmiddel wordt verleend voor de periode van 3 tot en met 4 januari 2011.