ECLI:NL:RBZLY:2011:BP3585
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.M. van Vuure
- A.I. van der Kris
- C.M.W. de Waele
- Rechtspraak.nl
Veroordeling poging zware mishandeling en handel in harddrugs
De rechtbank Zwolle-Lelystad heeft op 20 januari 2011 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, die werd beschuldigd van poging tot zware mishandeling van een politie-surveillant en van handel in harddrugs. De mishandeling betrof het bijten en slaan van de agent tijdens diens dienst, waarbij het letsel ernstig kon zijn vanwege de aard van mensenbeten. De handel in harddrugs betrof het verkopen, afleveren en vervoeren van heroïne en cocaïne over een periode van bijna acht maanden.
De rechtbank achtte het primair ten laste gelegde feit van poging tot doodslag niet bewezen, maar wel de poging tot zware mishandeling. Dit werd onderbouwd door verklaringen van het slachtoffer, getuigen en verdachte zelf, evenals medische rapporten en foto’s van het letsel. De handel in harddrugs werd eveneens wettig en overtuigend bewezen geacht, mede door verklaringen van meerdere getuigen en telefoongegevens.
De rechtbank veroordeelde verdachte tot een gevangenisstraf van twintig maanden, waarbij rekening werd gehouden met de duur van de voorlopige hechtenis. Daarnaast werd het bij verdachte aangetroffen geld en een mobiele telefoon verbeurd verklaard, omdat deze verband hielden met het strafbare feit. Verdachte werd ook verplicht tot betaling van een schadevergoeding van €1.000 aan het slachtoffer, vermeerderd met wettelijke rente, en eenzelfde bedrag aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer, met een dwangsom bij niet-betaling.
De rechtbank benadrukte de ernst van de feiten, vooral omdat het slachtoffer een ambtenaar was die zijn taken uitoefende, en het maatschappelijke belang bij het bestrijden van harddrugs. De strafmaat werd bepaald aan de hand van richtlijnen van het Landelijk Overleg van Voorzitters Strafsectoren (LOVS), waarbij de poging tot zware mishandeling werd verhoogd vanwege het slachtoffer en de handel in harddrugs conform de zwaarte van het delict.
De verdediging had vrijspraak gevorderd, met name vanwege de onbetrouwbaarheid van verslaafde getuigen en het ontbreken van bewijs voor het primair ten laste gelegde, maar de rechtbank verwierp deze bezwaren grotendeels en oordeelde dat het bewijs voldoende was voor veroordeling van de subsidiaire feiten.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 20 maanden gevangenisstraf voor poging zware mishandeling van politieagent en handel in harddrugs, met verbeurdverklaring van geld en telefoon en een schadevergoeding van €1.000 aan het slachtoffer.