ECLI:NL:RBZLY:2011:BQ5114
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening inzake verblijf en opvang verzoeker in Almere
Verzoeker, een minderjarige die sinds 2001 in Nederland verblijft, woont sinds begin 2011 bij zijn vader in Almere. Verweerder heeft verzoeker per brief geïnformeerd dat hij de woning in Almere op korte termijn moet verlaten. Verzoeker maakte bezwaar tegen deze brief, maar dit bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard omdat de brief geen besluit betrof. Hiertegen is beroep ingesteld en een voorlopige voorziening gevraagd om de opvang in Almere voort te zetten gedurende de procedure.
Verweerder stelde dat zowel verzoeker als zijn vader een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd hebben gekregen, waardoor zij verplicht zijn te verblijven in de Vrijheidsbeperkende Locatie (VBL) Ter Apel in Vlagtwedde. De rechtbank te ’s-Gravenhage heeft deze maatregel als rechtmatig beoordeeld. Verzoeker en zijn familie kunnen gebruik maken van voorzieningen in de VBL.
De voorzieningenrechter oordeelt dat er geen spoedeisend belang is bij het treffen van een voorlopige voorziening. Er is geen sprake van dreigende dakloosheid omdat verblijf in Vlagtwedde verplicht is en er geen stappen zijn ondernomen tot ontruiming van de woning in Almere. Ook het argument dat verzoeker geen leefgeld meer ontvangt en moet rondkomen van het leefgeld van zijn vader en broer, leidt niet tot spoedeisend belang. Verzoek wordt daarom afgewezen.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter G.P. Loman en griffier F. Ernens, en is uitgesproken in het openbaar. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.