ECLI:NL:RBZLY:2011:BQ5153
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.H.S. Lebens-de Mug
- J. van der Hulst
- J.M. van Jaarsveld
- Rechtspraak.nl
Verzekeringsgeschil over nieuwe inboedelverzekering en mededelingsplicht na brand
De zaak betreft een geschil tussen [eiser], directeur en enig aandeelhouder van Handelsonderneming [bedrijf A] B.V., en verzekeraar ABN AMRO over de vraag of de inboedelverzekering die in september 2005 werd afgesloten een nieuwe verzekeringsovereenkomst is of een uitbreiding van de bestaande bedrijfspolis uit 2004.
De rechtbank oordeelt dat de verzekeringsovereenkomst uit 2005 een nieuwe overeenkomst betreft, omdat het gaat om een andere contractspartij ([eiser] privé in plaats van de B.V.), een ander verzekerd object (roerende goederen in plaats van onroerend goed) en een aanzienlijk hoger verzekerd bedrag. ABN AMRO kon zich niet beroepen op het ontbreken van een nieuw aanvraagformulier, aangezien de verzekerde de nieuwe overeenkomst moest aantonen.
Verder stelt de rechtbank vast dat ABN AMRO zich niet met succes kan beroepen op verzwijging van het strafrechtelijk verleden van [eiser], omdat geen vragen zijn gesteld en [eiser] dit niet spontaan hoefde te melden. Ook was ABN AMRO bekend met de brand in 2000, en had zij de plicht om zelf nadere informatie in te winnen indien dit relevant was. De vordering van [eiser] tot schadevergoeding wordt toegewezen en ABN AMRO wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: ABN AMRO is gehouden de schade van [eiser] aan roerende zaken te vergoeden en wordt veroordeeld in de proceskosten.