ECLI:NL:GHLEE:2012:BY7472
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van nieuwe verzekeringsovereenkomst en afwijzing vernietigingsberoep op grond van artikel 251 WvK
In deze zaak staat centraal of de in september 2005 gesloten inventaris/goederenverzekering een uitbreiding van de bestaande bedrijfspolis uit 2004 betreft of een nieuwe verzekeringsovereenkomst. Het hof oordeelt dat sprake is van een nieuwe overeenkomst tussen [geïntimeerde] en ABN AMRO, waarbij [geïntimeerde] als verzekeringnemer optreedt.
ABN AMRO stelde dat [geïntimeerde] zijn spontane mededelingsplicht had geschonden door niet te melden dat hij in de afgelopen jaren in aanraking was geweest met politie en justitie, en dat hij eerdere weigeringen van verzekeringen had verzwegen. Het hof concludeert echter dat deze mededelingsplicht niet is geschonden, mede omdat ABN AMRO onvoldoende concreet heeft gesteld dat bij kennis van deze feiten de overeenkomst niet of niet onder dezelfde voorwaarden zou zijn gesloten.
Verder oordeelt het hof dat er geen sprake is van opzettelijke verzwijging door [geïntimeerde]. De enkele onvolledige beantwoording van vragen in eerdere aanvraagformulieren leidt niet tot het vermoeden dat hij de verzekeraar bewust heeft misleid. Ook het ontbreken van een aanvraagformulier bij de nieuwe verzekering in 2005 betekent niet dat [geïntimeerde] een spontane mededelingsplicht had die hij heeft geschonden.
Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 20 april 2011, wijst het beroep van ABN AMRO af en veroordeelt ABN AMRO in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst het beroep van ABN AMRO op nietigheid af.