ECLI:NL:RBZLY:2011:BV2799
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.A. Wijnands-Veninga
- A.P.W. Esmeijer
- A.M. van der Pal
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens bewijsuitsluiting door vormverzuim bij onrechtmatig verkregen inkomensgegevens in witwaszaak
De rechtbank Zwolle-Lelystad behandelde een zaak waarin verdachte werd verdacht van witwassen in de periode 2008-2010. Het onderzoek startte mede op basis van betrouwbare CIE-informatie over de echtgenoot van verdachte en leidde tot het opvragen van inkomensgegevens bij de belastingdienst via een convenant tussen politie en belastingdienst.
De officier van justitie vorderde een gevangenisstraf van vier maanden, waarvan één maand voorwaardelijk. De verdediging stelde dat de inkomensgegevens onrechtmatig waren verkregen omdat zij niet op grond van artikel 126nd Sv waren gevorderd, maar via het convenant. Dit vormverzuim leidde volgens de verdediging tot bewijsuitsluiting.
De rechtbank oordeelde dat het convenant de wettelijke waarborgen van artikel 126nd Sv schond, omdat het ook werd toegepast zonder dat er een verdenking van een ernstig misdrijf bestond. Hierdoor was sprake van een materieel belangenschending en moest het bewijs worden uitgesloten. Omdat de inkomensgegevens essentieel waren voor verdere opsporingsmaatregelen, werden ook de daarop gebaseerde bewijzen uitgesloten.
De rechtbank concludeerde dat er geen wettig en overtuigend bewijs was en sprak verdachte vrij van het ten laste gelegde witwassen. Het vonnis benadrukt het belang van zorgvuldige toepassing van bevoegdheden bij het opvragen van persoonsgegevens en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens bewijsuitsluiting van onrechtmatig verkregen inkomensgegevens.