ECLI:NL:RBZLY:2011:BV9132
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzet tegen verstekvonnis wegens overschrijding verzettermijn na gedwongen ontruiming
In deze huurzaak stond centraal of het verzet tegen een verstekvonnis tijdig was ingesteld. Het verstekvonnis was niet persoonlijk betekend aan eiser, waardoor de verzettermijn niet direct na betekening begon te lopen. De vraag was of de termijn aanving op het moment van gedwongen ontruiming van het gehuurde pand op 2 december 2010.
De kantonrechter oordeelde dat de gedwongen ontruiming, die was voorafgegaan door een exploot van een deurwaarder, inderdaad het vonnis ten uitvoer legde. Het proces-verbaal van de deurwaarder bevestigde dat de ontruiming daadwerkelijk plaatsvond, ondanks dat de inboedel reeds was verkocht. De stelling van eiser dat het exploot niet persoonlijk was betekend, leidde niet tot nietigheid van de aanzegging van ontruiming.
Omdat het verzet niet binnen vier weken na de ontruiming was ingesteld, maar pas later, werd eiser niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzet. Ook zijn vordering in reconventie werd afgewezen. Eiser werd veroordeeld in de proceskosten ten gunste van de gedaagden.
Uitkomst: Eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzet wegens overschrijding van de verzettermijn na gedwongen ontruiming.