Uitspraak
VONNIS
1.De procedure
2.De feiten
januari kan je stoppen met de alimentatie de drie maanden die ik nog tegoed heb
mei 2012 delen wij u mede dat onze opdrachtgever niet meer afziet van partneralimentatie.(. . .)".
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Partijen waren gehuwd en hadden hun huwelijk omgezet in een geregistreerd partnerschap dat zij in 2002 beëindigden. Op 8 oktober 2008 bepaalde het gerechtshof partneralimentatie van €418 per maand. In november 2011 stuurde gedaagde een sms aan eiser waarin zij aangaf dat de alimentatie per januari zou stoppen. Eiser betaalde nog drie maanden en stopte daarna.
Gedaagde startte executiemaatregelen wegens achterstallige alimentatie vanaf januari 2012. Eiser maakte bezwaar en stelde dat zij een overeenkomst hadden gesloten tot beëindiging van de alimentatie. Gedaagde erkende het sms-bericht maar verklaarde later terug te komen op haar besluit wegens veranderde financiële omstandigheden.
De voorzieningenrechter oordeelde dat op grond van artikel 1:157 BW Pro partijen bij overeenkomst kunnen afzien van alimentatie. Gezien het sms-bericht en de acceptatie door eiser was voorshands aannemelijk dat de alimentatieverplichting was beëindigd. Daarom werd de vordering tot staking van de executie toegewezen, zonder dwangsom. De vordering tot terugbetaling van geïncasseerde bedragen werd afgewezen wegens gebrek aan bewijs. De proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: De rechtbank beveelt staking van de executie van de partneralimentatiebeschikking wegens aannemelijkheid beëindigingsovereenkomst.