ECLI:NL:RBZLY:2012:BW4189
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geschil over gebruik en bevaarbaarheid van sloot tussen buren
Eiser en gedaagde zijn buren met percelen gescheiden door een sloot die deels eigendom is van beiden. Eiser vordert een verklaring voor recht dat hij de sloot over de volle breedte mag gebruiken, dat gedaagde een dam moet verwijderen en baggerwerkzaamheden moet toestaan en vergoeden, en dat gedaagde verboden wordt obstakels te plaatsen.
De rechtbank oordeelt dat artikel 5:59 BW Pro niet van toepassing is omdat de sloot bevaarbaar stromend water betreft. Het water in de sloot behoort niet toe aan een van beiden, maar gedaagde mag het gebruik ervan aan anderen verbieden. De dam die gedaagde plaatste is toegestaan omdat zij een redelijk belang heeft om verlanding te voorkomen. Het beroep op misbruik van recht faalt omdat het belang van gedaagde zwaarder weegt dan dat van eiser.
Eiser kon onvoldoende aantonen dat gedaagde rommel in de sloot heeft gestort en dat de verlanding aan haar te wijten is. Aangezien eiser zelf het baggeren naliet, kan hij de kosten daarvan niet op gedaagde verhalen. De vorderingen worden afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Alle vorderingen van eiser worden afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.