ECLI:NL:RBZLY:2012:BW8240
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Betwisting en afwikkeling van verrekenbeding in huwelijkse voorwaarden na echtscheiding
Partijen waren gehuwd onder huwelijkse voorwaarden met een Amsterdams verrekenbeding dat verrekening van netto inkomsten uit arbeid voorschreef. Tijdens het huwelijk werd geen verrekening toegepast. Na echtscheiding ontstond geschil over de interpretatie van het convenant dat onderdeel uitmaakt van de echtscheidingsbeschikking, met name over de verplichting van de gedaagde om zijn bedrijf te verkopen en het verrekenbedrag aan de eiseres te betalen.
De eiseres stelde dat partijen de uitdrukkelijke bedoeling hadden dat het verrekenbedrag daadwerkelijk aan haar zou worden uitgekeerd zodra het bedrijf werd verkocht. De gedaagde betwistte dit en stelde onder meer dat sprake was van een natuurlijke verbintenis die niet juridisch afdwingbaar is, dat hij niet gebonden was aan een verkoopverplichting en dat het bedrag foutief was vastgesteld.
De rechtbank oordeelde dat het convenant, ondanks wijzigingen met typex en betwisting door de gedaagde, rechtsgeldig en bindend is. De verkoopverplichting en de betalingsverplichting van het verrekenbedrag zijn volgens de haviltex-interpretatie als juridisch afdwingbaar te beschouwen. De vordering van de eiseres werd toegewezen tot betaling van €202.744 binnen zes maanden, vermeerderd met wettelijke rente, maar niet uitvoerbaar bij voorraad. De proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de gedaagde tot betaling van €202.744 aan de eiseres binnen zes maanden, vermeerderd met wettelijke rente.