ECLI:NL:RBZUT:1999:AA3468
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering bijstandsuitkering onterecht door inbreng dividend uit immateriële schadevergoeding
Eiseres ontvangt een bijstandsuitkering op grond van de Algemene Bijstandswet (Abw). Na een ernstig auto-ongeval in 1988 ontving zij in 1997 een immateriële schadevergoeding van f 60.000,-, die zij belegd heeft in beleggingsfondsen. In april 1998 werd een dividend van f 1014,45 uitgekeerd, dat eiseres herbelegde.
Verweerder heeft bij besluit van 13 juli 1998 de bijstandsuitkering over april 1998 herzien en het dividendbedrag in mindering gebracht, met terugvordering van het teveel betaalde. Eiseres maakte bezwaar, dat bij het bestreden besluit ongegrond werd verklaard.
De rechtbank oordeelt dat dividenduitkeringen in principe tot de middelen behoren, tenzij expliciet uitgesloten in de Abw. De immateriële schadevergoeding zelf is uitgesloten, maar de dividendopbrengsten niet. Wel is het onjuist om de ingehouden dividendbelasting als middel te rekenen, omdat volgens artikel 45 Abw Pro alleen de daadwerkelijk besteedbare middelen in aanmerking mogen worden genomen.
Daarom vernietigt de rechtbank het bestreden besluit en beveelt verweerder opnieuw te beslissen met inachtneming van deze uitspraak. Het verzoek om wettelijke rente wordt afgewezen, omdat geen renteschade is vastgesteld. De gemeente wordt veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht wordt aan eiseres vergoed.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder dient opnieuw te beslissen met inachtneming van de uitspraak.