ECLI:NL:RBZUT:1999:AA3951
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boetebesluit wegens niet tijdige ziekmelding bij uitvoeringsinstelling
Eiser ontving een WW-uitkering en verrichtte werkzaamheden via een uitzendbureau. Hij meldde zich telefonisch ziek bij het uitzendbureau, dat dit doorgaf aan het GAK. Eiser meldde zich pas later formeel ziek en hersteld bij het GAK. Verweerder legde een boete van 300 gulden op wegens overtreding van de mededelingsplicht uit de Ziektewet.
De rechtbank oordeelt dat eiser verplicht was zijn ziek- en herstelmelding tijdig bij verweerder te doen, aangezien het GAK als werkgever wordt beschouwd voor WW-ontvangers. De melding bij het uitzendbureau volstaat niet tegenover verweerder.
Echter, de rechtbank vindt dat verweerder ten onrechte geen lagere boete heeft opgelegd gezien de geringe verwijtbaarheid en het ontbreken van benadeling. De opgelegde boete is daarom in strijd met het evenredigheidsbeginsel. Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder opgedragen een nieuwe beslissing te nemen.
Uitkomst: Het boetebesluit wordt vernietigd wegens strijd met het evenredigheidsbeginsel en verweerder moet een nieuwe beslissing nemen.