ECLI:NL:RBZUT:2000:AA5235
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- E.W. de Groot
- L. van Gijn
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid bezwaar eigen wachtgelder tegen ontheffing herbenoemingsplicht
Eiser was adjunct-directeur van een school en kreeg ontslag vooruitlopend op een fusie van scholen. De Staatssecretaris verleende ontheffing van de herbenoemingsplicht aan de school, waarna eiser bezwaar maakte. Verweerder verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat eiser geen belanghebbende was volgens artikel 1:2 Awb Pro.
De rechtbank overwoog dat hoewel eiser enig belang had als eigen wachtgelder, dit belang niet rechtstreeks was. De ontheffing betrof slechts het achterwege laten van een Rijksvergoeding aan de school en bepaalde niet direct de positie van eiser. Ook was niet uitgesloten dat eiser zonder ontheffing niet herbenoemd zou zijn.
Eiser stelde dat de financiële positie van de nieuwe scholengemeenschap anders was, maar dit werd door de rechtbank als niet relevant beoordeeld. De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht het bezwaar niet-ontvankelijk had verklaard en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het bezwaar van eiser werd niet-ontvankelijk verklaard en het beroep ongegrond verklaard wegens gebrek aan rechtstreeks belang.