ECLI:NL:RBZUT:2000:AA7322
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering van verdere terugvordering bijstand ondanks verzwegen inkomsten en medische omstandigheden
Eiser ontvangt sinds 1991 een bijstandsuitkering en is door een beschikking van de kantonrechter verplicht een bedrag van fl. 30.779,32 terug te betalen wegens verzwegen inkomsten over de periode 1991-1993. Verweerder heeft vanaf 1993 maandelijkse inhoudingen toegepast en het resterende bedrag in termijnen teruggevorderd. Eiser verzocht in 1998 om van verdere terugvordering af te zien vanwege langdurige betaling, hoge medische kosten en psychische problemen.
De rechtbank stelt vast dat de terugvordering is ontstaan onder de oude Algemene Bijstandswet (ABW) en dat het nieuwe terugvorderingsrecht, ingevoerd per 1 augustus 1998, ook op deze oudere vorderingen van toepassing is vanwege de Wet herziening debiteurenbeleid. Verweerder heeft het verzoek van eiser getoetst aan deze nieuwe regels en geweigerd af te zien van verdere terugvordering.
De rechtbank oordeelt dat verweerder dit standpunt met beperkte rechterlijke toetsing kan handhaven. De versoepeling van terugvorderingsregels is vooral bedoeld voor situaties waarin incasso onmogelijk of zeer nadelig is. Verweerder mocht redelijkerwijs aannemen dat de medische kosten deels vergoed worden en dat andere lasten niet zwaar genoeg zijn om verdere terugvordering te staken. Ook is niet aannemelijk dat de terugvordering de oorzaak is van de psychiatrische problematiek van eiser.
De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en verklaart het beroep ongegrond. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het besluit tot verdere terugvordering van bijstand wordt bevestigd.