ECLI:NL:RBZUT:2001:AB0950
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen bestuursrechtelijk besluit bij terugvordering lening woonwagen
Op 5 maart 1975 werd aan de echtgenoot van eiseres bijstand verleend in de vorm van een geldlening voor de aanschaf van een woonwagen, vastgelegd in een overeenkomst tot geldlening. Eiseres was hoofdelijk medeschuldenaar. In 1999 vorderde verweerder het restant van de lening terug wegens wanbetaling.
De rechtbank beoordeelt of het terugvorderingsbesluit een bestuursrechtelijk besluit is in de zin van artikel 1:3 Awb Pro. De leningsovereenkomst wordt gekwalificeerd als een overeenkomst naar burgerlijk recht, ondanks dat deze voortkomt uit een bestuursrechtelijk besluit. De vraag of de lening terstond opeisbaar is, wordt beheerst door civiel recht.
De inwerkingtreding van de Wet Boeten per 1 juli 1997, die terugvordering via bestuursrecht mogelijk maakt, verandert deze kwalificatie niet. Het oorspronkelijke besluit tot bijstandverlening bevatte niet de voorwaarden waarop de terugvordering is gebaseerd.
Daarom is het bestreden besluit geen besluit in de zin van de Awb en is het bezwaar van eiseres niet-ontvankelijk. De rechtbank vernietigt het besluit en verklaart het bezwaar alsnog niet-ontvankelijk. De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de terugvordering van de lening wordt niet-ontvankelijk verklaard en het bestreden besluit vernietigd.