ECLI:NL:RBZUT:2001:AD5251
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling korting op AOW-uitkering wegens doorwerking pensioenrechten echtgenoot
Eiseres kreeg een korting op haar AOW-uitkering omdat haar echtgenoot tussen 1970 en 1980 in Duitsland pensioenrechten opbouwde, waardoor zij volgens verweerder niet tot de beroepsbevolking behoorde voorafgaand aan haar 65e verjaardag. Verweerder baseerde dit op eigen beleid dat het begrip beroepsbevolking koppelt aan een minimum aantal arbeidsuren en inkomensgrenzen.
Eiseres voerde aan dat zij wel degelijk tot de beroepsbevolking behoorde, onder meer omdat zij in loondienst werkte als huishoudelijke hulp en dat het onterecht was dat haar uitkering afhankelijk werd gesteld van het handelen van haar echtgenoot. De rechtbank onderzocht de jurisprudentie van het Hof van Justitie en concludeerde dat het begrip werknemer ruim moet worden uitgelegd en dat ook deeltijdarbeid die niet marginaal is, meetelt.
De rechtbank stelde vast dat eiseres een arbeidsverhouding had die voldeed aan de hoofdkenmerken van een werknemer in de zin van het gemeenschapsrecht en dat haar werkzaamheden niet marginaal waren. Daarom behoorde zij tot de beroepsbevolking en kon de korting op haar AOW-uitkering niet worden gehandhaafd. Het bestreden besluit werd vernietigd en verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en oordeelt dat eiseres tot de beroepsbevolking behoorde, waardoor de korting op haar AOW-uitkering onterecht is.