ECLI:NL:RBZUT:2003:AF9049
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bezwaar tegen niet-ontvankelijkverklaring wegens termijnoverschrijding subsidieaanvraag veehouderij
Eiser vroeg in oktober 2001 subsidie aan op grond van de Regeling beëindiging veehouderijtakken. Verweerder verleende een subsidie voor het niet-grondgebonden deel van het varkensrecht, maar wees de aanvraag voor afbraak van gebouwen af. Eiser diende een bezwaarschrift in na de wettelijke termijn van zes weken. Verweerder verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding.
Eiser voerde aan dat hij door familieomstandigheden en een misverstand over het besluit niet tijdig bezwaar had gemaakt. De rechtbank oordeelde dat het niet tijdig indienen van het bezwaar voor rekening van eiser komt, mede omdat het misverstand was veroorzaakt door een foutief ingevuld aanvraagformulier door eiser zelf.
De rechtbank concludeerde dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was en bevestigde de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring wegens termijnoverschrijding wordt ongegrond verklaard.