ECLI:NL:RBZUT:2003:AL6361
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Verzekeraar Achmea niet ontvankelijk in beroep op uitsluitingsclausule arbeidsongeschiktheidsverzekering
In deze zaak staat centraal of Achmea Pensioen- en Levensverzekeringen N.V. terecht een beroep doet op een uitsluitingsclausule (WMK-clausule) in een arbeidsongeschiktheidsverzekering ten aanzien van [heer A]. [heer A] werd arbeidsongeschikt na een herseninfarct in februari 2000, na eerdere klachten in mei 1999. De deskundige concludeerde dat de arbeidsongeschiktheid niet voorzienbaar was op basis van een lage kans op een nieuwe TIA of herseninfarct en dat er slechts een indirect medisch verband bestond.
De rechtbank stelt dat de WMK-clausule alleen geldt indien de arbeidsongeschiktheid een voorzienbaar gevolg is van een reeds bekende medische oorzaak bij aanvang van de verzekering. De deskundige heeft geoordeeld dat dit niet het geval is, mede gelet op de doelstelling van de Wet Medische Keuringen die onredelijke beperkingen van verzekeringsdekking wil voorkomen. Het beroep van Achmea op de clausule wordt daarom verworpen.
Voorts oordeelt de rechtbank dat de dekking van de arbeidsongeschiktheidsverzekering onverminderd geldt, ook al was [heer A] niet meer in dienst bij het moment van het ingaan van zijn WAO-uitkering. De verzekeraar dient de uitkeringen toe te kennen met ingang van de dag waarop de WAO-uitkering startte, vermeerderd met wettelijke rente. Achmea wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Achmea wordt veroordeeld tot het verstrekken van uitkeringen aan [heer A] en het betalen van proceskosten.